Ventilatie is de laatste tijd een veel besproken onderwerp in allerlei media en omdat dit mijn vakgebied is spreekt me dit ook erg aan. Waar komt de commotie vandaan en hebben we, ik, iets over het hoofd gezien?

Iedereen voelt wel aan dat iemand in een slecht geventileerde ruimte meer risico loopt om een virus op te pikken dan in een goed geventileerde ruimte. Dat is een gevoel, geen ratio, en gevoel biedt geen feiten en dus geen duidelijkheid en meetbaarheid. Om een goed beeld te krijgen van een situatie is kennis nodig. Er is onderzoek nodig om meer kennis te krijgen over dit virus, de verspreiding en vormen van besmetting. Kennis geeft inzicht. Zonder deze kennis missen we het fundament om onze inzichten op te baseren en bestaande inzichten te kunnen aanpassen.

Ondanks dat er al veel onderzoek is gedaan en er veel kennis is, is er nu toch onrust. De onrust is ontstaan door het uitbreken van het coronavirus en de relatie die ventilatie hebben tot de verspreiding van het virus.

 

Kennis geeft inzicht. Zonder deze kennis missen we het fundament om onze inzichten op te baseren en bestaande inzichten te kunnen aanpassen.

 

Uit onderzoek van Eenvandaag blijkt dat veel schoolleiders zich zorgen maken om de veiligheid van het ventilatiesysteem, 40 procent van de scholen heeft dit nog niet op orde. Dat vind ik veel, maar echt nieuws is het niet. Misschien belangrijker om te weten is dat de maatstaf voor ventilatie in openbare gebouwen het zogenaamde bouwbesluit is. In het bouwbesluit zijn o.a. de minimale eisen waar het ventilatiedebiet in een ruimte aan moet voldoen vastgelegd. Uit ervaring weet ik dat dit tevens vaak -helaas- het maximum van veel installaties is.

Vraaggestuurd

Dat de ventilatie op sommige scholen te wensen overlaat is al langer bekend. Gelukkig zijn de ventilatiesystemen in de afgelopen jaren op veel scholen aangepast (zgn. ‘’frisse scholen’’) en verbeterd op dit punt. Evengoed geldt dit voor verzorgingstehuizen, kantoren, werkplaatsen, sportcomplexen, etc. Een eveneens actueel thema in onze hedendaagse samenleving is duurzaamheid; we willen dat apparatuur zo zuinig mogelijk met energie omspringt. Veel systemen zijn daarom vanuit energetisch oogpunt uitgerust met warmteterugwinning (WTW) en ‘vraaggestuurde’ ventilatie. Vraaggestuurde ventilatie werkt vaak op basis van het CO2 percentage in de ruimte. Het CO2 percentage wordt gebruikt als maat voor de aanwezigheid van mensen en hun activiteit. Kort door de bocht: lage bezetting, minder ventilatie. In sommige gevallen is het systeem voorzien van een indicatielampje waarbij de kleuren groen, oranje en rood aangeven of het systeem al dan niet voldoende ventileert op basis van de aanwezigheid van personen in de ruimte. Maar wat gebeurt er als er in een laag bezette ruimte een aantal personen niezen? Is deze sturing en indicatie dan nog wel betrouwbaar? Kortom; worden we niet gedwongen door de actualiteit deze strategie te bezien en wellicht herzien?

Uit een ander onderzoek van Eenvandaag blijkt dat ruim de helft van de VO-docenten zich zorgen maakt over de veiligheid op school met de huidige maatregelen. Voor het ventilatiedeel begrijp ik dat; niemand kan op dit punt veiligheid garanderen simpelweg omdat de specifieke kennis en ervaring ontbreekt, maar zo’n grote groep vraagt wel om serieuze aandacht. Dit is eigenlijk de echte ‘vraaggestuurde ventilatie’. Docenten (maar ook ouders, leerlingen en andere werknemers) vragen om veilige lucht. Meer niet. Ik ben sceptisch over de aanbevelingen om massaal CO2 regelingen te gaan plaatsen. Het rode lampje is duidelijk. Het is niet in orde. Maar is de lucht bij groen veilig? En willen we de luchthoeveelheid reduceren bij lage bezetting? Is dit een gedegen reactie op de vraag van docenten of ze veilig hun werk kunnen doen?

Recirculatie

Recirculatie is een ander onderwerp waar veel over geschreven wordt. Het advies van het RIVM luidt: “Uit voorzorg wordt geadviseerd om recirculatie binnen één ruimte waar meerdere personen gedurende langere tijd bij elkaar zijn zo veel mogelijk te vermijden en de lucht voldoende te verversen.” Als ik wat verder lees begrijp ik dat het om fancoilunits gaat. Het is een theorie. Maar veel systemen voor het verversen van lucht in scholen zijn ontworpen op basis van het ‘’mengend ventileren’’ principe. Inducerende roosters zorgen voor een pulse waardoor de vers toegevoerde lucht mengt met de aanwezige lucht in de ruimte. Als recirculatie inderdaad bijdraagt aan de overdracht van het virus dan zijn mengende ventilatiesystemen blijkbaar zelf een deel van het probleem.

Ik ben er van overtuigd dat we door het onderzoek dat nu gedaan wordt nieuwe inzichten zullen krijgen. Inzichten die we in ons vak zullen gaan toepassen en waarmee we een bijdrage kunnen leveren aan een veilige werk- en leefomgeving. Een goed voorbeeld is het sick building syndroom, door het vele onderzoek hebben we het inzicht gekregen dat centrale recirculatiesystemen gezondheidsklachten kunnen veroorzaken in gebouwen waar veel mensen aanwezig zijn. Onderzoek heeft dat inzicht gegeven waardoor die systemen, ondanks hun energetische voordeel, niet meer gebruikt worden (in situaties waar veel mensen aanwezig zijn).

En zo gaat het; we worden geconfronteerd met iets, we onderzoeken het, trekken conclusies en passen het aan als dat nodig blijkt. En zo komen we al manoeuvrerend tussen de verschillende belangen (gezondheid, kosten, energieverbruik en comfort) verder.

Voor de duidelijkheid; ik ben geen viroloog of pandemie-expert, maar heb een werktuigkundige achtergrond. Ik (en met mij vele anderen in het vak) sta open voor nieuwe inzichten zodat de installaties die we ontwerpen een steeds beter antwoord geven op de vraag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *